Categoriearchief: Geen categorie

Mag ik om hulp vragen? Eh… hoe doe je dat?

Op mijn Loesje-kalender stond vanochtend: “Om hulp vragen, kan iemand me daarbij helpen?”
Ik dacht gelijk: deze móet ik delen!

Hulp vragen blijkt namelijk een vak apart. We leren van jongs af aan dat je zelfstandig moet zijn en sterk. Dus lopen we op volwassen leeftijd vrolijk (!) door met rugzakken vol zooi die eigenlijk te zwaar zijn. Problemen die eigenlijk te veel zijn en een hoofd dat eigenlijk te vol zit. Maar vragen of iemand even met je meedenkt? Nee hoor, dat kan niet… toch?

Voor veel mensen is vooral die eerste stap zo lastig: toegeven dat je ergens mee zit. En dan komt de volgende vraag: “Is het überhaupt erg genoeg? Mag ik hier wel hulp bij vragen?” Alsof je eerst een soort innerlijke checklist moet doorlopen:

  1. Heb ik genoeg last?
  2. Is het een serieus probleem of ‘stel ik me aan’?
  3. Zijn er mensen die het zwaarder hebben?
  4. Moet ik eerst nog drie weken zelf proberen voordat ik het officieel mag uitbesteden?

En voor je het weet, ben je je eigen klachten aan het minimaliseren terwijl je eigenlijk al lang een steuntje in de rug had kunnen gebruiken.

De stap naar coaching of professionele hulp voelt voor velen dan óók nog eens gigantisch. Niet omdat ze het niet willen, maar omdat het in hun hoofd klinkt alsof je daarmee toegeeft dat je “faalt”. Ik las vanmorgen nog zo’n post op LinkedIn. Terwijl het in werkelijkheid precies het tegenovergestelde is: het getuigt juist van moed om te zeggen “Ik wil dit graag anders, en ik hoef het niet alleen te doen.”

En laten we eerlijk zijn: waarom zou je een ingewikkeld vraagstuk in je eentje blijven ontcijferen als er mensen bestaan die precies dát leuk vinden om te begeleiden?

Misschien zouden we het hulpvragen gewoon moeten zien als een normale menselijke vaardigheid. Zoals leren fietsen, of leren dat je plant water nodig heeft (en dat negeren geen strategie is). Je hoeft het niet meteen perfect te kunnen.

Hierbij nodig ik je uit:
Oefen eens met een kleine vraag. Iets kleins waar je niet meteen existentiële angsten van krijgt. Stel die eens aan een ander en ontdek dat mensen meestal helemaal niet raar opkijken. Sterker nog: de meesten vinden het fijn als ze iets voor je kunnen betekenen.

En mocht je dat nog steeds eng vinden, vraag dan gewoon:
“Om hulp vragen, kan iemand me daarbij helpen?”

Wie weet is dat precies de opening die je nodig hebt.

En als je in het nieuwe jaar denkt: weet je wat, ik ga het gewoon vragen — dan ben je bij KernKompas van harte welkom.

In één lijn met Taeke

Het valt me steeds vaker op hoe verdeeld de wereld lijkt. In de politiek buitelen meningen over elkaar heen, vooral nu weer bij de algemene politieke beschouwingen. Polarisering lijkt het nieuwe normaal. En eerlijk gezegd: ik word daar doodmoe van.

Misschien juist daarom raakte de workshop Flyball met mijn hond Taeke me zo. Zoals je op de foto kunt zien, zijn we daar samen bezig. Hij, vol energie en enthousiasme, ik met volle aandacht voor hem. Geen woordenstrijd, geen tegenstellingen, maar pure samenwerking. Hij vertrouwt op mij, ik op hem. Dat is verbinding.

Hoogsensitiviteit is een van de elementen in het Delphi-model van hoogbegaafdheid. Alles komt intens binnen, en juist daardoor kunnen we een diep verlangen voelen naar echtheid en verbinding. Het raakt als dat ontbreekt, maar het geeft vleugels als het er wél is. Voor mij zit dat gevoel niet in grote politieke debatten, maar juist in zulke kleine momenten van pure afstemming.

En terwijl we daar samen renden, sprongen en lachten (nou ja, ik lachte, hij blafte), dacht ik: dit is wat ik vaker wil zien — niet alleen hier met mijn hond, maar ook in de samenleving.

Want samen zijn we écht beter. Samen is fijner, leuker en uiteindelijk ook veel effectiever. Je hoeft het niet over alles eens te zijn, zolang je maar dezelfde kant op rent.

Als het aan mij ligt, wat meer Flyball in de wereld. Minder polariseren, meer samenwerken. Ik teken ervoor.

Tijdelijk buiten gebruik

Over ziek zijn, saaiheid en de kunst van nietsdoen

De afgelopen twee weken was ik ziek. Niet ernstig, maar net genoeg om compleet uit mijn doen te zijn: koorts, hoofdpijn en een afgrijselijk duffig hoofd. Denken ging niet, focussen lukte niet, en zelfs simpele dingen voelden alsof ik door stroop heen moest.

Ik was te ziek om echt iets te doen, maar net niet ziek genoeg om de hele dag te slapen. Dus zat ik daar: te moe om iets te ondernemen, maar te wakker om niets te doen. En dat is lastig, want in mijn hoofd is het normaal gesproken altijd gezellig druk met gedachten, plannen, ideeën en zijpaadjes die om aandacht roepen.

Nu was het irritant stil daarbinnen. Geen ideeën, geen inspiratie, geen vonkje creativiteit. Alleen wat vage mistflarden. En eerlijk? Dat was saai. Ontzettend saai. Alsof mijn brein tijdelijk op vakantie was, maar had vergeten te zeggen waarheen.

Misschien was dat wel de les van deze weken: soms is er niets mis met even niets. Geen denken, geen plannen, geen doelen alleen gewoon een beetje zijn. En toen ik uiteindelijk, met dat wattenhoofd, maar gewoon met de honden ben gaan wandelen, kwam er langzaam weer wat leven in. Frisse lucht, rondsnuffelende neuzen, modder onder mijn schoenen. Uit mijn hoofd, in mijn lijf. Best lekker wel!

Hoewel… zelfs dat probeerde ik natuurlijk vooral heel goed te doen. Zo efficiënt mogelijk herstellen, met maximale ontspanning in minimale tijd. Tja. Oude gewoontes slijten langzaam.