Ik heb mijn hond Silke zelf getrimd. Uit pure nood: het is bloedheet, haar vacht is veel te lang, en mijn vaste trimster is met zwangerschapsverlof.
Normaal gesproken zou ik er niet eens aan beginnen. Mijn trimster knipt Silke altijd prachtig — gelijkmatig, strak, precies zoals het hoort. En ik? Ik weet van tevoren al dat ik het nooit zó mooi kan doen. Dus denk ik: Als het niet perfect kan, dan maar niet.
Maar dit keer was het anders. De temperatuur liep op, Silke hijgde zich suf, en mijn perfectionisme moest maar even plaatsmaken voor gezond verstand. Tondeuse gepakt (ik heb uiteraard wel de perfecte spullen in huis 😇), hond op tafel, en gaan. Het resultaat? Laten we zeggen: het is… luchtig. Zeker niet trimwedstrijd-waardig, maar Silke loopt vrolijk rond en voelt zich duidelijk beter.
Het deed me beseffen hoe vaak ik dingen laat liggen omdat ik ze niet perfect kan doen. Alsof ‘goed genoeg’ geen optie is. Terwijl goed genoeg soms precies is wat nodig is — voor Silke, maar ook voor mezelf.
En weet je? Elke keer dat ik naar haar scheve plukjes kijk, glimlach ik. Want daar loopt ze, blij en opgelucht. En dat is perfect genoeg.